Politics

BAM verkoopt laatste Duitse dochter

Opnieuw heeft Bouwbedrijf BAM een buitenlands dochterbedrijf afgestoten. De Duitse infra-dochter Wayss & Freytag Ingenieurbau wordt voor een overnamesom van 50 miljoen euro onderdeel van het Duitse bouwconcern ZECH. Als de Duitse toezichthouders de overname goedkeuren, heeft BAM geen bedrijven meer in Duitsland.

Het in Frankfurt gevestigde Wayss & Freytag, (1.100 medewerkers, jaarlijks 500 miljoen euro omzet) is gespecialiseerd in tunnelbouw. Het werkt onder meer aan een spoorwegtunnel bij het treinstation van München en aan de uitbreiding van de snelweg A10/A24 bij Berlijn. Ook maakt het deel uit van het bouwconsortium dat de Fehmarnbelt-tunnel aanlegt. De ruim 18 kilometer lange tunnel tussen Duitsland en Denemarken (contractwaarde: 3,4 miljard euro) moet in 2029 klaar zijn voor gebruik. Via een Nederlandse dochteronderneming zit BAM voor nog zo’n 400 miljoen euro in het project.

Bij inwoners van de Duitse stad Keulen heeft Wayss & Freytag niet zo’n goede naam. De BAM-dochter was betrokken bij het instorten van het historische stadsarchief in 2009. Daarbij vielen twee doden. De instorting werd volgens de Duitse rechter veroorzaakt door de aanleg van een nieuwe metrotunnel. Net als twee andere bedrijven in de bouwcombinatie schikte BAM tien jaar later voor 200 miljoen euro. Hiervan werd een groot deel vergoed door de verzekering, maar BAM moest nog zo’n 36 miljoen euro meebetalen in de kosten.


Lees ook: Miljardenklus? Bouwbedrijven bedanken ervoor

In de jaren die volgden moest BAM ook op andere projecten fors afschrijven. Zo dreigde de Bunnikse bouwcombinatie tientallen miljoenen toe te moeten leggen op de bouw van de Zeesluis IJmuiden en kwam het bedrijf in grote financiële moeilijkheden toen de renovatie van de Afsluitdijk meer dan 200 miljoen euro duurder uitviel dan verwacht. De nood was destijds zo hoog, dat opdrachtgever Rijkswaterstaat in 2020 zelfs vreesde voor een faillissement van de bouwer, zo onthulde de Volkskrant onlangs. Dankzij een voorschot van het Rijk zou BAM het hebben gered.

BAM schrijft niet meer in op projecten met een aanbestedingswaarde van 150 miljoen euro of meer

Na het debacle met de Zeesluis en de ramp met de Afsluitdijk ging onder bestuursvoorzitter Ruud Joosten het roer om. Joosten zette vanaf 2021 in op een driejarenplan dat er vooral op gericht is de risico’s voor BAM fors terug te dringen. Ook schrijft BAM onder de ingezette koers niet langer in op projecten met een aanbestedingswaarde van 150 miljoen euro of meer. De -bouwer richt zich nu vooral op woningbouw.

In de verkoop

In lijn met de nieuwe koers begon BAM buitenlandse activiteiten af te stoten, om zich te kunnen richten op de markten waar het sterk is. In eerdere jaren had BAM flink uitgebreid in onder meer Duitsland en België, maar voortaan richt het bedrijf zich enkel op activiteiten in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Ierland, waar het een schaalvoordeel en een betere concurrentiepositie heeft. BAM verkocht sindsdien de Belgische werkmaatschappijen BAM Galère (omzet 200 miljoen) en BAM Contractors (190 miljoen omzet). Ook werd het verlieslatende BAM Deutschland (500 miljoen omzet) vorig jaar verkocht aan ZECH Group, waar Wayss & Freytag straks eveneens onder valt.

Intussen worden de nog lopende schikkingen met grote opdrachtgevers een voor een afgewerkt. Na een slepende beroepzaak schikte Rijkswaterstaat eind mei voor 238 miljoen met BAM over de Afsluitdijk-kwestie. Ook kreeg BAM gelijk wat betreft de Zeesluis IJmuiden, wat het bouwbedrijf 16 miljoen opleverde.


Lees ook: ‘Rijkswaterstaat vreesde bankroet van Nederlands grootste bouwer bij project Afsluitdijk’

Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.