Politics

De pannenkoekplant kent een tomeloze vermeerderingsdrift

Ooit bakte ik met een vriendin blauwe poffertjes, door het beslag mengden we kleurstof. In plaats van de voorgeschreven paar druppels goten we direct het halve flesje leeg en het resultaat oogde spectaculair: knallend koekiemonsterblauw. Ons plan was om de poffertjes te verkopen aan voorbijgangers, maar niemand wilde proeven.

Hadden we de poffertjes maar groen gemaakt denk ik nu, met een blik op de pannenkoekplant Pilea peperomioides. De bladeren ogen als mini-flensjes, smakelijk spinaziegroen. Je zou er zo je tanden in willen zetten.

Het voordeel van de pannenkoekplant is dat het in principe kan: de bladeren zijn in tegenstelling tot die van veel andere kamerplanten niet giftig. Een nieuwsgierig huisdier of grijpgrage kleuter zou er dus zonder problemen een hapje van kunnen eten. Maar echt eetbaar, of lekker? Dat is-ie niet. Dus wie verstandig is, houdt het bij kijken.

De bladeren ogen als mini-flensjes, smakelijk spinaziegroen. Je zou er zo je tanden in willen zetten

In het Engels heet Pilea peperomioides vanwege zijn ronde bladeren – die je met fantasie ook als groene duiten kunt beschouwen – de Chinese money plant. Oorspronkelijk komt de plant in het zuidwesten van China, in de prvincie Yunnan. Volgens overlevering was het de Noorse missionaris Agnar Espegren die de pannenkoekenplant vervolgens naar Europa bracht, in 1944.

In Scandinavië is de plant nog altijd populair, net als in Nederland. Een deel van de aantrekkingskracht schuilt natuurlijk in de sympathieke vorm en naam. Een ander pluspunt is zijn imago als makkelijke kamerplant: wekelijks een beetje water en niet te veel zon doen wonderen. En daarnaast is er de tomeloze vermeerderingsdrift, waardoor eigenaren gretig stekjes uitdelen (dat ontdekte ik zelf een paar jaar geleden, toen ik in korte tijd van drie vriendinnen een piepklein pannenkoekplantje cadeau kreeg). Niet voor niets kent de plant bijnamen als Sharing Plant, Pass it On Plant en Friendship Plant.

Dat stekken doet de pannenkoekplant overigens uit zichzelf: ideaal voor luie plantenfans. Zowel in de aarde als aan de stam ontstaan jonge scheuten. Als ze groot genoeg zijn om op eigen kracht door te groeien, met steeltjes van ten minste zo’n vijf centimeter, kun je ze met een schoon, scherp mesje lossnijden. Doe je dat te vroeg, dan neemt hun overlevingskans af; doe je het heel laat, dan snoepen ze veel voedingsstoffen van de hoofdplant af.

Het voordeel van de aarde-stekjes is dat ze al kleine worteltjes hebben, waarmee ze aanvankelijk aan de hoofdplant vastzaten. Zo kunnen ze zich makkelijk in nieuwe aarde vestigen. De stamstekjes krijgen vanzelf wortels als je ze een tijdje in een bodempje water zet. Binnen de kortste keren heb je nieuwe pannenkoekplanten, die je vol enthousiasme aan je vrienden uit kunt delen.

Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.