Politics

Europese prijs voor Museum van de Geest: ‘We willen psychische problemen bespreekbaar maken’

Het Guggenheim in Bilbao, het Rijksmuseum, en nu ook het Museum van de Geest – met de winst van de Europese prijs voor het museum van het jaar (European Museum of the Year Award) is het Haarlemse museum zaterdagavond in een rij met grote namen beland. De prijs gaat elk jaar naar een museum in Europa dat recent is verbouwd of vernieuwd.

Het Museum van de Geest heropende middenin de coronacrisis. In de herfst van 2020 kwam het voormalige Museum van de Psychiatrie met een nieuwe, activistische opzet. Het museum wil „stereotiepe beelden ter discussie stellen”, staat op de website, en moedigt bezoekers aan om een „Verklaring van de Open Geest” te ondertekenen waarin ze zich uitspreken tegen stigma en uitsluiting.

De jury is er lovend over. „Het museum onderzoekt de natuur van de menselijke geest in een unieke innovatieve manier”, schrijft die bij de uitslag. „Een innovatief sociaal project.”

„Ik zit echt te gloeien hier”, reageert museumdirecteur Hans Looijen via een videoverbinding. „Supertrots. Bij andere musea zaten er tientallen miljoenen euro’s in hun vernieuwing, bij ons was dat echt van een andere schaal. Midden in corona was het af en toe best ingewikkeld om het rond te krijgen.” Volgens Looijen kostte de verbouwing in totaal krap acht miljoen euro. Voor de coroancrisis bezochten jaarlijks veertigduizend mensen zijn museum, terwijl 2,7 miljoen bezoekers in 2019 naar het Rijksmuseum kwamen.

Een „Verklaring van de Open Geest”, wat doen jullie daarmee?

„Die gebruiken we om het debat aan te zwengelen, in zorginstellingen en daarbuiten. Op dit moment zijn we bijvoorbeeld bezig met een project om sombere gedachten bespreekbaar te maken op scholen rondom Haarlem.

„Psychische problemen openbaren zich vaak aan het begin van de volwassenheid, en je neemt ze de rest van je leven mee als je er niets mee doet. Dus we willen er zo vroeg mogelijk iets aan doen, en dat begint met bespreekbaar maken.”

Wat moeten andere musea volgens u doen?

„Musea moeten meer aandacht besteden aan de hele mens. Er wordt te vaak een scheiding aangebracht tussen kunstenaars en hun persoonlijke leven. Picasso was bijvoorbeeld helemaal niet vriendelijk voor vrouwen. Of Jackson Pollock, daar staat nooit bij dat hij een alcoholist was. En we hebben contact met het Van Gogh museum, dat meer gaat doen met de mentale gesteldheid van Van Gogh. Dat juichen we enorm toe.

„Die schaduwzijde van kunstenaars moet ook belicht worden. Je moet wegblijven van de romantische notie van een kunstenaar en waanzin. In waanzin ontstaat niets moois, dat is echt razernij waarin je geen enkel aanknopingspunt meer hebt.”

Eeuwen geleden was het gebouw waar het museum nu zit een ‘dolhuis’ voor mensen met de pest of psychiatrische problemen. Nu staan in een van de hokken waar ‘krankzinnigen’ vroeger werden opgesloten beelden van de Britse kunstenaar Marc Quinn, over zijn alcoholverslaving.

Ziet u uw museum ook als een zorginstelling?

„Meer als een campagnebureau. We willen mensen die in de psychische zorg zitten, of ertegenaan zitten, een stem geven.”

Welke persoonlijke redenen heeft u om het museum zo in te richten?

„Mijn moeder was psychiatrisch patiënt. Ik heb heel lang gedacht: je gaat niet voor je moeder in een museum werken. Maar ontegenzeggelijk heeft het wel een rol gespeeld. Ik groeide op in de jaren zeventig op het platteland, en over haar mentale problemen werd gewoon niet gesproken. Dat had mijn moeder zo besloten, zodat we er geen last van zouden hebben. Natuurlijk werkt dat niet zo.

„Als jongen neem je dat aan als je realiteit, maar later besefte ik dat het niet zo hoefde te gaan als bij ons. Ik wil graag dat mensen die nu van dezelfde leeftijd zijn als ik toen er meer begrip voor kunnen vinden. Maar mentale problemen zijn nog niet uit het verdomhoekje.”

Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.