Politics

‘Ga eens op zaadsafari in je tuin’

In de wilde stukjes tuin komen niet alleen gras en paardenbloemen op, maar ook de meest bijzondere planten. Daar krijgen we bij het project De Wilde Tuin dagelijks nieuwe foto’s van binnen, gemaakt door deelnemers via de app Obsidentify van waarneming.nl. Afgelopen week zagen deelnemers onder meer de grote centaurie, een prachtig paars bloeiende vaste plant en borstelkrans, ook wel wilde basilicum genoemd. Beide planten staan op de Rode Lijst van kwetsbare en bedreigde soorten.

Hoe kan het dat een soms totaal onbekende plant opeens opduikt in het wilde stukje tuin? Die vraag leggen we voor aan Katja Staring. Zij heeft verschillende boeken op haar naam over (wild) tuinieren, waaronder Avontuurlijk tuinieren (samen met Nienke Plantinga) en ‘Maak je eigen jungle een doe-boek voor diervriendelijk tuinieren. Ze beheert ook een wilde tuin van 900 vierkante meter aan de rand van Tilburg.

Wat is de belangrijkste manier waarop een nieuwe plant opduikt?

„Veel zaden verspreiden zich via de lucht, denk maar aan de paardenbloem. Er zitten zo’n honderd zaadjes op, dat zijn net parachuutjes. Die landen met hun puntje ergens in de grond, waar ze vervolgens kunnen ontkiemen. Ook verschillende distels en de morgenster hebben pluiszaden.

„Dan zijn er zaden die een eind kunnen springen. De zaden van de springbalsemien zijn een goed voorbeeld van zaden die uit een zaaddoos springen zodra je die aanraakt. Er zijn ook planten met hauwtjes, heel smalle peultjes. Die springen ook open, zoals bij de kleine veldkers of bij look-zonder-look.

„Verder komt er zaad op door te spitten en woelen in de grond. Dan maak je slapende zaden als het ware wakker. Vaak zie je dan als eerste melde tevoorschijn komen of varkensgras. Dat zijn typische pioniersplanten, die ervoor dienen om de aarde klaar te maken voor volgende planten. Ze brengen voeding en structuur in de bodem.”

Hoe kan het nog meer?

„Dieren helpen goed bij de verspreiding van zaden. Zo zitten er zaden in bessen die vogels lekker vinden. Die eten ze op, de onverteerbare zaden poepen ze elders weer uit. Zo zit er gelijk een brokje mest bij. Het zaad kan op die nieuwe plek ontkiemen.

Ook mieren helpen mee met de verspreiding van zaden. Aan sommige zaden zit een ‘mierenbroodje’, een aanhangend stukje vol voedingsstoffen. Dat is voedsel voor de mierenlarven. Mieren slepen de zaden naar het nest om daar het broodje in de voorraadkamer op te slaan. Het overbodige zaad wordt weer terug naar buiten gebracht. Soms vallen de broodjes onderweg al van het zaad. Dat blijft liggen en ontkiemt. Vandaar dat je sommige planten in de loop der tijd door je tuin ziet verhuizen of ineens ziet opkomen. Er zijn zo’n 200 planten die zaden met mierenbroodjes hebben. Een paar bekende zijn blauwe druifjes, komkommerkruid, smeerwortel, sneeuwklokje, stinkende gouwe, viooltje, dovenetel en stokroos.

„Sommige zaden liften mee met voorbijgangers. De grote klis is bijvoorbeeld een plant met zaaddozen die door slimme weerhaakjes aan de vacht van dieren en de kleding van mensen blijven haken. Op die manier verspreidt het zaad zich. De Zwitserse uitvinder Georges de Mestral zag dat principe, bestudeerde onder de microscoop hoe die haakjes eruitzagen en ontwikkelde op basis daarvan klittenband.”

Wat vind jij bijzondere zaden?

„De zaden van de papaver groeien vanuit het bestoven bloemhart. Daaruit ontstaat uiteindelijk een soort sambabal, waarvan de luikjes bovenin gaan open staan en je het zaad kun horen als je eraan schudt. Je kunt het zaad verzamelen door de zaaddozen in een jampotje of papieren zakje uit te schudden.”

Kunnen we ook zelf wat met de zaden uit de wilde tuin?

„Ga eens op zaadsafari in je wilde tuin. Zaden van planten kunnen prachtig zijn! Kijk eens naar al die zaaddozen, hauwtjes, peulen en -knoppen. Je kunt deze maand al zaden verzamelen van bijvoorbeeld daslook, akelei, dagkoekoeksbloem, judaspenning, koolzaad en look-zonder-look. Het is leuk om te ontdekken waar de zaden van een plant zitten en hoe ze er precies uitzien. Oogst ze uit je eigen wilde stukje tuin en droog ze voor nieuwe groei en bloei volgend jaar. Bewaar ze in een papieren zakje of de punt van een oude envelop of strooi ze op een andere plek uit.

„Als je teunisbloem in de tuin hebt, dan kun je in de nazomer de knapperige kleine zaadjes oogsten om te eten, bijvoorbeeld door ze over je belegde boterham te strooien. Ook brandnetelzaden kun je oogsten, drogen en eten.”

Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.