Lifestyle

Heere Heeresma jr. – Oekraïne en de Nederlandse man


‘Mijn ex had een klokbekerkut,’ klaagde de man aan de bar. ‘Ik kon er alleen maar in klepelen.’

‘Misschien heb je gewoon een te kleine klepel,’ veronderstelde de man die naast hem zat.

‘Ik heb helemaal geen kleine klepel!’ reageerde de eerste man verontwaardigd. ‘Ik heb een hele grote klepel! Je kan ’m zó in de Big Ben hangen!’

‘Ggghhh,’ lachte de tweede man. ‘De Big Ben, ggghhh!’

Roos was aan de espressomachine bezig, maar ze had oren in haar rug. Het was vrijdagavond, zeven uur. Terwijl de stemming steeg, daalde het niveau.

‘Gianfranco Ferré,’ las de eerste man het leren label op haar spijkerbroek.

‘Zit je weer naar m’n kont te kijken, Ton?’ vroeg Roos, die melk aan het opschuimen was. Het sissende geluid van de hete lucht klonk hol in de metalen beker.

‘Dat jij zo’n dure broek kan betalen van een horecabaantje,’ zei de tweede man.

‘Joh, die heeft ze natuurlijk van haar vriend gekregen. Die ziet haar graag in een strakke broek. Zitten zijn nieuwe tanden er al in?’

‘De ouwe zijn er nou uit,’ zei Roos. Ze schonk de melk schoksgewijs in een kopje en tekende een wit hartje in de bruine schuimlaag. ‘Maar nou moet zijn tandvlees eerst herstellen. En dat kan nog wel een maandje duren.’

‘Wat heeft-ie dan in de tussentijd?’

‘Qua tanden, bedoel je? Niks.’

‘Hoe moet-ie dan eten?’

‘Door een rietje.’

‘Godsamme!’

‘Ja, wie mooi wil zijn moet afzien, hè.’

‘Nou, het was ook wel nodig, hoor. Die bek van hem zag eruit als een Joodse begraafplaats.’

‘Hé hé!’ zei Roos vermanend.

‘Is toch zo!’

Roos hield een glas onder de bierpomp en haalde haar schouders op. ‘Gaan jullie nog naar Oekraïne?’

‘Oekraïne?’ vroeg de man die Roos met ‘Ton’ had aangesproken. ‘Wat moet ik in Oekraïne?’

‘Nou, vechten, natuurlijk.’

De twee mannen aan de bar keken elkaar aan. Het leven in een welvaartsstaat had hen met een dikke speklaag gezegend.

‘Waarom moet ik daar gaan vechten?’ vroeg Ton.

‘Voor vrijheid en democratie,’ zei Roos, die van een rustig moment gebruikmaakte om wat bierglazen af te spoelen. Ze haalde ze met twee tegelijk op en neer op de borstels in de spoelbak, drukte ze nog even op de sproeier en stapelde ze op de andere glazen op de afdruipplaat.

Ton keek in zijn halflege bierglas. ‘Nou ja, als ik een paar jaar jonger was, misschien…’

Roos liet een schamper lachje ontsnappen. ‘Stel je niet aan, Ton! Er vechten daar zelfs bejaarden. En heb je die foto van die man met dat kunstbeen niet gezien? Die stond ook klaar met een Kalashnikov.’

‘Ja, maar het is ook hun eigen land,’ sputterde Ton tegen. ‘Ik spreek de taal niet eens.’

‘Er gaan ik weet niet hoeveel buitenlanders naartoe om te vechten,’ zei Roos. ‘Nou al twintigduizend, las ik ergens.’

Ton klokte het restant van zijn bier achterover. ‘Mag ik er nog een?’

‘Zo’n Panzerfaust vind ik wel mooi,’ zei de tweede man, die overigens Harko heette. ‘Of zo’n Stinger.’ Hij richtte op de flessen achter de bar.

‘Nou, ga dan vechten.’

‘Ik kijk wel mooi uit.’

‘Zijn jullie nou echte mannen?’ verzuchtte Roos hoofdschuddend, terwijl ze de hendel van de bierpomp liet knikken. ‘Geen wonder dat Poetin jullie allemaal homo’s vindt.’

‘Kijk, voor mijn eigen land wil ik wel vechten,’ zei Ton en doopte zijn lippen in de schuimkraag van zijn verse bier. ‘Maar voor Oekraïne…’

‘Weet je wie ik een echte man vind? Zelensky. Voor hem trek ik zó m’n broek van m’n kont.’

‘Hij is Joods, hè?’ zei Harko.

‘Ja, en?’ vroeg Roos.

‘Nee, niks. Gewoon.’

‘Gin tonic,’ zei een jongeman in de studentenleeftijd.

‘Met een rietje?’ vroeg Roos.

‘Eh… nee.’

‘Het is wel een euro extra voor Oekraïne.’

‘O. Nou eh… doe dan alleen maar tonic.’

‘Kijk, wat die Poetin doet, dat deugt natuurlijk niet,’ zei Ton. ‘Maar Oekraïne is ook geen lekker land. Hartstikke corrupt, daar.’

‘Maar ze durven wel te vechten,’ zei Roos. ‘Daar heb ik respect voor.’

‘Wat vind je van die wapensteun?’ vroeg Harko.

‘Dat is wel het minste,’ zei Roos.

‘En een no fly-zone, ben je daar voor?’

‘Meteen doen.’

‘Vind ik toch wel link. Straks gooit Poetin De Bom.’

‘Dat is alleen maar dreigen,’ zei Roos. ‘Dat maak ik hier elke dag mee.’

‘Nou, ik vind het toch wel een beetje eng, hoor,’ zei Harko.

‘Ben jij niet bang voor De Bom, Roos?’ vroeg Ton.

‘Dood ga je toch. No, smoking only outside!’ Roos ontdopte een Tripel en liet het zware vocht langzaam in een voluptueus glas vloeien.

‘Kijk, voor mijn eigen land, oké,’ zei Ton. ‘Maar voor Oekraïne, nee.’

‘Zijn jullie eigenlijk in militaire dienst geweest?’

‘Vervangende dienstplicht,’ zei Ton. ‘Ik heb alleen op de kermis geschoten.’

‘Ggghhh,’ lachte Harko. ‘Op de kermis, ggghhh!’

Roos haalde een bord gefrituurde vingers uit de keukenlift. ‘Vlammetjes!’ riep ze door de zaak. ‘Voor wie waren de vlammetjes?’

‘Ik vind onze Roos wel stoer, hoor,’ zei Harko. ‘Vind jij haar niet stoer?

‘Heel stoer,’ zei Ton. ‘Misschien moet jij maar naar Oekraïne, Roos.’

‘Nou, daar zat ik net aan te denken. Weet je trouwens wat nog erger is dan een klokbekerkut?’

‘Nou?’

‘Een klepel zonder kloten!’

 

Lees meer van Heere Heeresma jr.:

Een behaarde vleesschotel
De grote verleider van de berg
Krautland

 



Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.