Entertainment

Waar is de lokale journalistiek?


Gisteren

  •  

leestijd 13 minuten

  •  

294 keer bekeken

  •  

7830ff08-0b77-4a54-b0ed-f387e72fa1e2

Gemeentes krijgen steeds meer taken, maar de lokale journalistiek is nauwelijks nog in staat om die gemeentes te controleren, blijkt uit een groot VARAgids-onderzoek. Al zijn er ook journalisten die het tij wisten te keren.

Uiteindelijk namen bijna 200 gemeenten deel aan de VARAgids-enquête over lokale journalistiek. Zij gaven onder meer antwoord op vragen over de stand van de lokale omroepen en het aantal journalisten dat structureel de Gemeenteraadsvergaderingen verslaat voor een onafhankelijk medium.

Lokale journalistiek
Nederland gaat er 16 maart weer voor stemmen, de gemeentepolitiek, zo belangrijk als wat. Over alles wat dichtbij is wordt in de gemeenteraad beslist, windturbines in het dorp, de gevaarlijke kruising, een megastal. En ook – steeds vaker lijkt het wel – over alles wat voor iedereen belangrijk is, gas van het Russische Gazprom, betaalbare huizen, datacenters die veel stroom kosten en het landschap veranderen. Zaken die ruim gesignaleerd, geduid, gecontroleerd, bevraagd en verder onderzocht zou moeten worden door journalisten ter plaatse. Dat hoort bij een levendige democratie. ‘Nee, sterker nog,’ zegt Thomas Bruning, van de NVJ, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, ‘het hoort er niet alleen bij, lokale journalistiek is een cruciale voorwaarde voor de lokale democratie. Als jij niet weet waar de gemeenteraad mee bezig is, als de raad op haar beurt niet weet wat er bij jou speelt, dan kun je de lokale democratie wel opheffen. Het is in ieders belang als er journalisten zijn die met een onafhankelijke bril naar de gemeentepolitiek kijken, kritisch kijken, vragen stellen, onderzoek doen.’

Of dat ook ruim of zelfs maar voldoende gebeurt, is de vraag. Zowel de NVJ, als het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, als een speciaal expertiseteam van de VNG, de Vereniging van Nederlandse gemeenten, constateerden al eerder dat het over het algemeen niet zo goed gaat met de journalistiek op gemeenteniveau. Huis-aan-huisbladen saneerden of verdwenen of hadden minder budget door minder advertenties, regionale kranten fuseerden en sturen minder verslaggevers op pad, lokale omroepen hebben te weinig geld om professioneel te opereren, nieuwe commerciële, zelfstandige nieuwssites zijn nog kwetsbaar en weinig stabiel. En zoals het VNG-expertiseteam, bestaand uit een brede vertegenwoordiging van journalisten en wetenschappers, het stelde: ‘Het online gebruik van nieuws neemt wel sterk toe, maar de gebruikers krijgen doorgaans weinig verdieping en achtergronden voorgeschoteld.’

Kloppen die zorgen?
Om daar meer over te weten te komen en een begin te maken met het in kaart brengen van het probleem, vroegen wij aan alle gemeenten in Nederland of bij hen bekend is hoeveel journalisten (bijna) altijd bij de raadsvergaderingen zijn, om er verslag van te doen in lokale of regionale kranten, bij de regionale of lokale omroep, of op een nieuwssite. De raadsvergadering, toch de hartslag van de gemeente, leek ons de basis en een goede graadmeter van het gemeentelijke journalistieke werk, al zijn de commissievergaderingen minstens zo belangrijk en ook al wordt er ook zeker en ook juist (onderzoeks)journalistiek bedreven buiten de raadszaal om.

Binnen een week kregen we van 197 gemeenten, ruim de helft, een reactie teruggemaild. Grote gemeenten, kleine gemeenten, gemeenten uit alle provincies, van Vlieland tot Zoetermeer en van Vaals tot Schagen. Geen representatief beeld, maar wel een interessante indicatie. Het was geen eenvoudige vraag, leerden we, ‘welke journalisten zie je (bijna) altijd bij jullie raadsvergaderingen?’ Vooral omdat sinds corona de raadsvergaderingen eigenlijk alleen nog online plaatsvonden en je dan veel minder zicht hebt op wie er aanwezig is of meekijkt. Toch wisten de meeste gemeenten behoorlijk goed welke journalisten de gemeenteraad het hele jaar door volgden. 

Verschraling van de journalistiek
Gemeenten hadden het zelf ook al gemerkt, die verschraling van de journalistiek, dat hoorden we meteen terug. Ze signaleerden vooral dat minder journalisten van de regionale kranten en huis-aan-huisbladen naar raadsvergaderingen kwamen. ‘Als gemeente zien we dat lokale media het moeilijk hebben. Het aanbod is de afgelopen jaren afgenomen. Lokale journalisten kunnen niet meer overal naar toekomen of bij aanwezig zijn,’ (gemeente Uithoorn). ‘De drie van de lokale kranten doen zelden echt verslag van de vergaderingen, de laatste jaren verschijnen hoogstens enkele artikelen of een enkele column rond wat losse issues over gemeentezaken’, (gemeente Nuenen). ‘De huis-aan-huiskrant is in andere handen gekomen, en nu komt er geen journalist meer naar de raadsvergaderingen,’ (Culemborg). ‘Wij merken wel dat het voor media lastig is om capaciteit te regelen om stukken te schrijven, daarom nemen ze veelal het persbericht van de gemeente of politieke partijen over,’ (Leidschendam-Voorburg).

Aan de andere kant waren er ook nog genoeg gemeenten die melding maakten van veel verschillende media die de raad goed in de gaten hielden, vooral in de plattelandsgemeenten leek het. ‘Ja het lokale nieuws leeft echt in onze gemeente. Hier volgen RTV Drenthe, Dagblad van het Noorden, RTV-Borger-Odoorn en streekomroep RTV1 het raadsnieuws, net als – incidenteler – huis-aan-huiskrant Week in week uit en de gratis streekkrant Kanaalstreek’ (Borger-Odoorn). En: ‘We hebben hier veel lokale media die alles goed in de gaten houden: De streekkrant, Dagblad van het Noorden, RTV Noord, Het Westerkwartier en de nieuwe Omroep Zulthe.’ (Westerkwartier). Of, bij monde van gemeente Laarbeek: ‘We hebben een zeer goede relatie met de pers; we betrekken ze bij allerlei activiteiten, vergaderingen en voorzien ze ook van achtergrondinformatie. Elke twee weken hebben de journalisten een gesprek met het voltallige college om bijvoorbeeld de besluitenlijsten door te nemen en waar nodig toe te lichten’  

Mirjam Bosgraaf vertelt over haar onderzoek samen met Coen Helderman bij De Nieuws BV. Als teamleider communicatie bij de gemeente Nieuwegein snakt hij naar journalisten in zijn gemeente. Want die zijn daar nu nauwelijks. 

Gemeentelijke en regionale journalistiek
‘Één ei is geen ei, heb ik weleens gezegd.’ zegt Quint Kik. Hij is de specialist lokale journalistiek van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, dat veel onderzoek doet naar gemeentelijke en regionale journalistiek. ‘Één journalist die de gemeentepolitiek op de voet volgt, is erg weinig. Ik zou zeggen dat drie journalisten wel het minimum zijn, ook voor kleine gemeenten. Een van het regionale dagblad, bijvoorbeeld, een freelancer die voor de huis-aan-huisbladen werkt en weer zijn eigen kijk op de raad heeft en zijn eigen vragen stelt. En dan nog een derde, van de lokale omroep, of van een commerciële nieuwssite. Dan is de journalistieke duiding en controle netjes verankerd. Drie smaken heb je wel nodig.’

Dat ideale beeld laten de cijfers van onze enquête alvast niet zien. In 14% van de gemeenten die ons een reactie stuurden is slechts één journalist actief die altijd of bijna altijd naar de raadsvergaderingen komt, een mager resultaat, en in 25% van de gevallen waren er maar twee journalisten, die de raad volgden, ook krap.

In welke gemeente die één of twee journalisten trouw de raadsvergaderingen bijwoonden, bleek niet goed van tevoren te voorspellen. De resultaten van onze enquête lieten, naar het geheel kijkend, een behoorlijk onvoorspelbaar beeld zien, met uitschieters alle kanten op. De ene gemeente zit ruim in de journalisten bij de raadsvergadering, de andere helemaal niet. En waar dat nou aan lag? Het leek maar weinig te maken te hebben met vaste waarden, zoals groot of klein, dorp versus stad, Friesland of Flevoland. Het leek er eerder op dat de aanwezigheid van meer of minder journalisten van toevalligheden en willekeur aan elkaar hing.

Zo kon het zijn dat een kleine gemeente als Noord-Beveland (7583 inwoners volgens de jongste peiling, zoals genoemd op Wikipedia) meldde dat twee journalisten de raadsvergaderingen volgen en dat de gemeente Roosendaal, veel groter, 77.268 inwoners ook twee journalisten telt die altijd bij de raadsvergaderingen zijn. En dat de Utrechtse gemeente Rhenen (20.220 inwoners) melding maakte van zes betrokken journalisten en de gemeente Nijmegen, vele malen groter, 177.605 inwoners, er drie aan ons noemde. En zo waren er meer schokkerige cijfers, waar weinig logica in leek te zitten.

Wat – door dat onvoorspelbare beeld heen – wel helderder uit onze cijfers naar voren kwam: dat het niet de kleine gemeenten waren, die het zonder een clubje journalisten van dienst moesten doen, terwijl verschillende onderzoeken en eerdere artikelen vaak constateerden dat vooral de kleine gemeenten het zonder goede journalistieke basis moeten stellen.

Volgens de cijfers die de gemeenten ons stuurden leken juist die kleine gemeenten zichzelf aardig te redden, evenals de grootste steden, zoals Den Haag, Rotterdam en Amsterdam, die melding maakten van zeven tot tien journalisten die de gemeenteraad actief volgden. Maar vooral de middelgrote gemeenten, van 50.000 inwoners tot ongeveer 100.000 inwoners, en de zogenoemde G40 steden, van om en nabij de 100.000 inwoners, leken opvallend vaak mager vertegenwoordigd. De gemeente Zeist bijvoorbeeld (65.128 inwoners), maakte melding van één vaste journalist die altijd de raad verslaat, Heerenveen, 50.859 inwoners, idem dito. De gemeente Deventer van 101.378 zielen, noemde ook één journalist, net als de gemeente Alkmaar, stad van 110.172 burgers. En zelfs een stad als Maastricht heeft, volgens opgave van de gemeente, maar een vaste raadverslaggever. Wat natuurlijk niet betekent dat er niet vaker journalisten naar de raad of een commissievergadering komen als er specifieke thema’s aan de orde zijn, maar je zou toch denken dat in een provinciehoofdstad een paar vaste verslaggevers die de raad op de voet volgen hard nodig zijn. En er zijn, liet onze enquête zien, zelfs gemeenten in Nederland die helemaal verstoken zijn van iemand die standaard de gemeenteraad volgt. Nieuwegein (64.053 inwoners, 243 miljoen euro aan baten op de begroting volgens de Databank Financiële Gemeenten 2022) bij Utrecht, heeft geen, nul journalisten die zich met regelmaat in de raad laten zien. Het kleinere Culemborg (29.302 inwoners, 82 miljoen euro) ook niet. Dat is 325 miljoen euro belastinggeld zonder structurele journalistieke controle, alleen bij deze twee gemeentes al.

Lokale omroepen
Nog een probleem: de lokale omroepen. Een paar gemeenten, bleek uit onze enquête, hebben een lokale omroep die politiek nieuws brengt, zoals Omroep Houten, die een eigen politieke talkshow heeft, Daar hou ik u aan. Maar er zijn ook gemeenten die helemaal geen lokale omroep hebben, zoals de gemeente Midden-Drenthe, de gemeente Neder-Betuwe, Woudenberg en de gemeente Vlieland.  En er zijn nog veel meer lokale omroepen, die bijvoorbeeld wel de raadsvergaderingen live uitzenden, maar verder niet aan professionele (politieke) nieuwsvoorziening doen. 15% van de gemeenten uit ons onderzoek zien niet of nauwelijks een journalist van een lokale omroep bij de raadsvergaderingen.

Iets wat Bas Booister van de NLPO, de stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen, meteen als probleem (h)erkent. Hij zou veel liever zien dat de lokale omroepen, net als de landelijke en regionale omroepen, volwaardige publieke omroepen zijn, die het gemeentenieuws volgen en verslaan en weet dat ze dat nu vaak niet doen. ‘Dat is ook bijna onmogelijk voor het bedrag dat de gemeente voor de lokale omroepen van het Rijk krijgt,’ zegt hij. ‘Dat was vorig jaar € 1,39 per huishouden. Daar kun je nooit een mediaorganisatie met professionele journalisten van in de lucht houden, dan ben je altijd afhankelijk van vrijwilligers.’ ‘De taakomschrijving van de lokale omroepen is ook erg vaag,’ zegt Quint Kik van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, dat vorig jaar nog een adviesrapport uitbracht over de professionalisering van de lokale omroepen. Hij zegt: ‘Ze moeten een LTMA brengen, een lokaal toereikend media-aanbod met cultuur en informatie. Maar informatie is niet hetzelfde als nieuws en kan ook over het repair café kan gaan of waar de stembussen dit jaar staan.’

Noodzaak
Wat tenslotte opvalt in de respons op de enquête: Dat, hoewel gemeenten zich zeker bewust zijn van de noodzaak van de lokale journalistiek, ze zich toch vaak beperken tot informatievoorziening en zelfpresentatie. Raads- en commissievergaderingen zijn online te volgen, stukken overal in te zien, besluiten worden gepubliceerd, en gemeenten plaatsen tegen betaling de gemeenteberichten in de huis-aan-huiskrant om die krant te steunen. Soms wordt bovendien een tekstschrijver door de gemeente ingehuurd om artikelen over gemeenteprojecten en besluiten te schrijven in de lokale krant, zoals in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk. Meer pr dan journalistiek, ook al beweert de gemeente niet anders en ook al is de tekstschrijver ‘vrij om zo onafhankelijk mogelijk te schrijven’. Maar mooie artikelen of gemeenteberichten publiceren of een raadsvergadering streamen is geen garantie dat er kritisch op die gemeenteberichten gereflecteerd wordt, geen garantie voor krachtige journalistiek. Dat weten gemeenten zelf ook. Ze schreven ons regelmatig dat journalisten vaak niet anders deden dan ‘persberichten één op één doorplaatsen’, zonder analyse of duiding, en dat dat voor niemand een ideale situatie is. Maar gemeenten zien het niet als hun taak daar zelf iets aan te doen. Op een paar na, die er wel echt voor gekozen hebben om de journalistiek op een andere, fundamentelere manier te steunen. De gemeente Leiden bijvoorbeeld en de gemeente Tilburg, die een speciaal journalistiek onderzoekfonds bekostigen. En de gemeente Oss en de gemeente Maashorst, zij steunen de lokale omroep met extra geld, met wie ze samen met Den Bosch in een streekomroep van drie gemeenten zitten.

4203e331-8cca-4ad9-9771-55e5a49aea96

Bekijk hier de volledige dataset

Onze enquête, hoe bescheiden ook, onderschrijft dus zeker de zorgen die leven over de staat van de gemeentelijke journalistiek. Zorgen die er in Den Haag ook toe leidde dat er in het Regeerakkoord wordt gesproken over 30 miljoen extra voor de lokale journalistiek, al is nog niet bekend hoe dat geld precies besteed gaat worden. Goed nieuws, vindt Bas Booister, van de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen. ‘Dat zal ons helpen met de professionalisering van de lokale omroepen. Daar zijn we ook al langer hard mee bezig, onder andere door de vorming van grotere streekomroepen, zoals Dtv Nieuws in Oost-Brabant. Dat zijn drie gemeenten die de krachten hebben gebundeld, met hulp van extra gemeentegeld en nu een professionele nieuwsorganisatie zijn.’

Zowel Thomas Bruning als Quint Kik zien een veel grotere rol van de gemeenten, als het om lokale journalistiek gaat. ‘Gemeenten kunnen absoluut meer doen,’ zegt Thomas Bruning van de NVJ. ‘In het rapport van het VNG-expertiseteam wordt er ook voor gepleit dat gemeenten echt mediabeleid gaan ontwikkelen, naast hun communicatiebeleid. En dat is veel meer dan persberichten versturen of de gemeenteberichten publiceren. Het betekent dat je er als gemeente actief aan mee moet werken dat er genoeg onafhankelijke ogen en oren in een gemeente zijn die het politieke proces volgen, met een onafhankelijke bril naar de informatie kijken, vragen die bij het publiek leven stellen en misstanden boven water halen.’

Quint Kik vult aan: ‘Elke gemeente zou het eens moeten bekijken: wat voor pers is hier, hoeveel journalisten zijn er, maken ze wel nieuws, functioneert het? En zo niet, dan moeten we die basis versterken. En dat kan misschien al heel goed met bestaande infrastructuur, met de huis-aan-huisbladen of met de lokale omroep. Fondsen voor onderzoeksjournalistiek zijn heel mooi, grote subsidies en pilots ook, maar ik zou zeggen, kijk eerst eens naar de basis en daar dan in investeren.’

Nieuwegein: ‘We snakken naar journalisten.’
‘Ja, wij zijn een witte vlek op de kaart, qua lokale media,’ zegt Coen Helderman van de gemeente Nieuwegein. ‘Dat is al langer zo. Er zijn geen journalisten die de gemeenteraad intensief volgen. Het huis-aan-huisblad De Molenkruier plaatst onze persberichten door, net als de commerciële nieuwssite PEN.nl, het AD-Utrechts Nieuwsblad en RTV Utrecht sturen ook weleens iemand, maar dat is het. Een lokale omroep hebben we niet. Er is wel een streekomroep geweest, maar die werd door vrijwilligers gerund en is toch ter ziele gegaan. Vorig jaar was er even een verslaggever van RTV Utrecht, die het nieuws van de gemeente volgde, maar dat was op basis van een tijdelijke subsidie, dus die ging ook weer. Ik vind het jammer voor zo’n grote gemeente. Er staan hier enorme woningbouwprojecten op stapel, we hebben grote klimaatplannen, worstelen met veiligheid en leefbaarheid in sommige wijken, interessant genoeg allemaal. Is er weinig belangstelling omdat er weinig pers is, of is er weinig pers omdat er weinig belangstelling is, de kip of het ei. Hier is ook altijd een vrij lage opkomst voor verkiezingen, onder het landelijk gemiddelde. Ik ben bang dat het een met het ander samenhangt. Ik zeg altijd, kom maar op met die journalistiek. We snakken ernaar. Je hebt het nodig, de kritische analyses van journalisten voor de publieke meningsvorming, de politiek is er niet voor ons, maar voor onze inwoners.’

Westerkwartier: ‘Onze inwoners verwachten dat ze op de hoogte gehouden worden.’
‘We zijn een erg betrokken gemeente,’ zegt Yvonne Arnst van de gemeente Westerkwartier, een gemeente van wel 40 kleine dorpen, waaronder Zuidhorn, Grijpskerk, Marum, Tolbert, Leek en Grootegast. De gemeente, die strak tegen Groningen aan ligt, bestaat in deze vorm nog maar drie jaar en op 16 maart zijn er voor het eerst gemeenteraadsverkiezingen. ‘Waar het aan ligt, dat hier veel lokale media actief zijn?’ ‘Ik heb geen wetenschappelijk antwoord,’ zegt Arnst. ‘Misschien omdat we echt een plattelandsgemeente zijn met veel kleine kernen? Ik weet wel dat de gemeenteraad hier heel dicht bij de inwoners staat. Inwoners vragen makkelijk iets aan leden van het college en aan gemeenteraadsleden en verwachten dat die beschikbaar en bereikbaar zijn. Bestuurders worden ook makkelijk ter verantwoording geroepen als het moet. Onze inwoners zijn verder erg betrokken bij het nieuws en verwachten ook dat ze op de hoogte gehouden worden, ze vinden het vanzelfsprekend en nodig. Iedereen kent hier elkaar ook, lijkt het soms wel.’

Den Bosch, Oss, Bernheze en Maashorst: ‘Lokaal nieuws gaat over mij en mijn identiteit.’
‘Het werkt dus echt op deze manier,’ zegt Eric Horvath, directeur van Dtv Nieuws. Vijf jaar geleden begonnen de drie lokale omroepen van Den Bosch, Oss-Bernheze en Maashorst samen een nieuwe streekomroep op tv, radio en online, Dtv Nieuws. Het is een van de streekomroepen die een keurmerk voor volwaardige journalistiek heeft gekregen van de NLPO. Hij zegt: ‘We hebben 15 fulltime professionele journalisten in dienst. Dat kan door het voor de lokale omroep bestemde geld van het Rijk, door behoorlijk wat extra geld van de drie gemeenten en door advertentieverkoop. En het werkt allemaal op elkaar in, hoe meer goeie content, hoe meer kijkers, hoe meer betrokkenheid, hoe meer advertenties. Daalt de inhoudelijke informatie, dan zakken de kijkcijfers en de advertenties. We zijn in alle drie gemeenten actief, maar delen kantoren, faciliteiten en medewerkers, de achterkant zogezegd.’

‘Lokaal nieuws is heel belangrijk,’ zegt Horvath, ‘lokaal nieuws is het cement van onze streek en gaat over mij en mijn identiteit. Ik woon aan de rand van Oss en mijn familie woont hier en mijn vrienden, en lokale journalistiek gaat over alles uit mijn buurt, de lokale school, de sportvereniging, de nieuwbouwwijk, de locatie waar vluchtelingen uit Oekraïne gehuisvest gaan worden. En lokale journalistiek gaat ook over alle issues waar we hier in Oost-Brabant mee worstelen natuurlijk, woningnood, varkensstallen, drugslabs, de klimaattransitie, de verdozing van industrieterreinen, dat soort thema’s.’

Door Mirjam Bosgraaf



Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.