News

Wat stem je eigenlijk als je lokaal Volt stemt?


Je vraagt je af of Volt in de praktijk kan brengen wat anderen niet lukte.

Foto: Chris Aalberts

Volt doet voor het eerst mee aan de gemeenteraadsverkiezingen en de verwachtingen waren even hooggespannen. Zo meldde een Amsterdamse peiling dat Volt weleens elf procent van de stemmen kon halen. Inmiddels is de sfeer alweer omgeslagen en lopen leden en stemmers weg. Het laat onverlet dat Volt aanstaande woensdag in tien steden op het stembiljet staat. Waar stem je op als je lokaal Volt stemt? Ik ging het land in om alle nummers twee te interviewen.

Toen men bij Volt hoorde over dit plan, organiseerde men in alle haast een spoedoverleg. Niet onlogisch, want media-ervaring hebben deze kandidaten nauwelijks en dan kan het misgaan. Of de Volt-briefing echt effect heeft gesorteerd waag ik te betwijfelen. De eerste les bij interviews is dat je een kernboodschap moet hebben waarvan je hoopt dat die in de tekst van de interviewer terechtkomt. De meeste kandidaten hadden die niet. Lag dat nou aan hun voorbereiding of aan hun inhoud?

Op lokaal niveau staat Volt voor democratische vernieuwing. De partij wil buurtbegrotingen, burgerfora, wijkraden en referenda om de burger te betrekken. Nobele voornemens, maar niet nieuw. In de aanloop naar de lokale verkiezingen struikel je over de partijen die de burger een stem willen geven en de democratie willen vernieuwen, altijd met een verwijzing naar de lage opkomst bij de verkiezingen en het gebrek aan vertrouwen in de politiek. Je vraagt je af of Volt in de praktijk kan brengen wat anderen niet lukte.

Inmiddels is de affaire Gündogan natuurlijk al een antwoord op deze vraag, maar het gaat allemaal nog een paar stappen verder.

Problematische inspraak
Eerst het grootste probleem van al die door Volt gewenste inspraak: de gemeenteraad is het hoogste orgaan van de gemeente en dus geven burgers in formele zin altijd alleen advies. Het probleem is vaak dat burgers avonden lang bij elkaar zitten om te bedenken dat oplossing A de beste is, waarna de gemeenteraad alsnog besluit dat het oplossing B wordt. Dit dilemma kwam in bijna alle interviews terug, al haalde het niet altijd de tekst. Wat als burgers een andere mening hebben dan de raadsleden?

Dit probleem leidde – bijvoorbeeld in Amsterdam – niet tot de conclusie dat de burger gelijk heeft en de gemeenteraad een toontje lager moet zingen. Wat als men geen asielzoekers wil? Tja, dan komen ze er toch, want een weigering gaat tegen de moraal van Volt in, kijk maar naar Arnhem. Als burgers het klimaatbeleid een paar jaar willen uitstellen, heeft dat geen invloed op de lijn van Volt, want de klimaatcrisis duldt geen uitstel. In Zwolle maakt men het het bontst: Volt kan zich niet eens voorstellen dat burgers geen klimaatbeleid steunen.

Bij grote thema’s vindt Volt de eigen mening zo vanzelfsprekend dat deze niet meer ter discussie staat. Dit geldt voor de opvang van asielzoekers, het aantrekken van expats en het naar voren halen van klimaatdoelen. Er blijven slechts buurtdingetjes over voor de inspraak: daar kan de burger niet zoveel kwaad. Bij de belangrijke thema’s wil Volt gewoon een hiërarchische overheid die de weg wijst. En dat is ook logisch, aangezien de meeste burgers helemaal geen tijd of zin hebben om de hele dag mee te praten.

Kostenbewustzijn is nul
Er is nog iets wat Volt niet verandert: net als andere partijen worden voorstellen gedaan zonder enig benul van de kosten. Volt is in steden als Den Bosch en Eindhoven voor de invoering van schoollunches. Naar verluidt elders ook. Kandidaten kunnen er veel voordelen van opnoemen, maar vergeten voor het gemak even dat dit een enorme operatie is met een onbekend prijskaartje. Wat dat betreft is Volt Delft wel realistisch als men in allerlei buurten koelkasten wil neerzetten om overgebleven voedsel te delen. Dat is zeker te betalen.

Vrijwel al deze kandidaten waren eerder actief in lokale beleidsteams, maar de relatie van hun ideeën met de gemeente is vaag. Gemeenschappelijke regelingen, jeugdzorg, WMO, Omgevingswet en bestemmingsplannen zijn lokaal belangrijk, maar Volt heeft er nul ideeën over. In Utrecht kent men de OZB niet. Veel oude wijn in nieuwe zakken: bestaande partijen leggen dit soort thema’s niet in de etalage omdat ze kiezers niet boeien, bij Volt boeien deze thema’s zelfs de kandidaten niet. Waar je op stemt? Joost mag het weten.

Over de Europese ambities van Volt gaat het lokaal ook al niet. Kandidaten herhalen het mantra dat ze van andere steden kunnen leren en zo komen telkens dezelfde voorbeelden – Duitse wethouders digitalisering en Zweedse schoollunches – terug. Alleen in de grensstreek is er over de relatie met de EU nagedacht, al blijven ook deze voorstellen algemeen. In Enschede wil Volt betere verbindingen en in Maastricht wil Volt voor woningen ook over de grens kijken, al men schrikt terug voor het beeld dat men emigratie stimuleert.

Een bepaald menstype
Ook in personele zin volop oude wijn in nieuwe zakken. Volt wil graag werken aan een betere democratie en betere vertegenwoordiging en meer van dit soort kreten. De belangrijkste klacht over bestaande partijen geldt echter ook voor Volt: al deze kandidaten zijn hoog opgeleid, komen nooit uit de lagere sociale klassen en ze hebben het allemaal zelf prima voor elkaar. Energiearmoede zal voor hen een theoretisch probleem zijn. Dit is hetzelfde profiel als politici elders, alleen Volt heeft dat niet door.

Zoiets heet een echoput. In de wereld van Volts beleidsschrijvers kun je prima allerlei idealen hebben en het beste voor de wereld willen, maar kun je je tegelijkertijd niet voorstellen dat anderen iets anders willen. Geen windmolens bijvoorbeeld. Volt-kandidaten zijn slim genoeg om dit te begrijpen en hebben daarom een theoretische oplossing bedacht: burgerfora. Het ontgaat ze dat mensen die het niet met zichzelf getroffen hebben andere belangen en andere voorkeuren hebben. En dat dat niet lekker verbindt.

Noemde ik dit al oude wijn in nieuwe zakken? Deze kandidaten zijn allemaal van goede wil, maar dat geldt ook voor de concurrentie. Zo blijft er eigenlijk maar één vraag over: waarom hebben andere partijen ruimte laten vallen voor een partij die even groen is als GroenLinks, even liberaal als D66 en even sociaal als de PvdA? Sommige kandidaten – zoals die in Rotterdam – waren ooit actief voor een van deze partijen. Waarom zijn ze daar afgehaakt? Bestaande partijen moeten nodig aan zelfreflectie gaan doen.

Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.