Politics

Wat vindt NRC | Blijf zoeken naar middelen om China aan te spreken

Nergens is de machteloosheid van ‘de internationale gemeenschap’ op dit moment groter dan in Xinjiang, de Chinese regio waar de Oeigoerse minderheid met alle mogelijke middelen wordt gedwongen de Han-Chinese cultuur over te nemen. Al jaren is bekend dat China op grote schaal Oeigoeren opsluit in kampen en dat de verhalen van slachtoffers in schril contrast staan met de officiële lijn dat het om ‘opleidingscentra’ gaat.

De verhalen over willekeurige detentie, verdwijning, marteling, verkrachting en gedwongen sterilisatie zijn persistent en uiterst zorgwekkend. Zeker een land dat een wereldmacht wil zijn, zou daar op geloofwaardige wijze verantwoording over moeten afleggen.

Maar China geeft niet thuis. Journalisten die de regio bezoeken worden in de gaten gehouden en Oeigoeren kijken wel uit om hun mening te delen. Voor informatie uit Xinjiang is de buitenwereld aangewezen op gevluchte Oeigoeren en datalekken als de vorige week gepubliceerde Xinjiang Police Files, een gehackt lokaal politiebestand met de pasfoto’s van duizenden opgesloten mannen, vrouwen, en ook minderjarigen.

De abstracte, ruwe schatting dat ruim een miljoen Oeigoeren opgesloten is of is geweest, gaat nu gepaard met concrete gezichten, sommige met tranen in de ogen. Hun ‘misdaad’ staat er vaak bij vermeld. Zo kreeg een man tien jaar cel omdat hij geen alcohol dronk en dus wel een geradicaliseerde moslim moest zijn. Zijn moeder werd opgesloten wegens het simpele feit dat ze zijn moeder is.

Dit soort publicaties is van groot belang. Wellicht wekken zij enige schaamte in Beijing, of in elk geval het bewustzijn dat de buitenwereld niet onverschillig is. Net als bij (het bijna vergeten) Tibet en Hongkong moet de wereld er op blijven wijzen dat hier op grote schaal mensenrechten worden geschonden.

Dat is des te relevanter nu duidelijk is dat het stelsel van internationale organisaties dat na de Tweede Wereldoorlog is ingericht om die rechten te beschermen, niet is opgewassen tegen de Chinese volharding dat de situatie in Xinjiang een strikt binnenlandse aangelegenheid is. In de VN-Veiligheidsraad heeft China een veto, aan het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof wil het niet meewerken. Die instituties zijn gestoeld op het uitgangspunt dat een land verantwoording wíl afleggen. Als een machtig land als China dat weigert, hebben zij geen instrumenten om het te dwingen.

Dit onvermogen werd pijnlijk duidelijk bij het recente bezoek van VN-mensenrechtencommissaris Michelle Bachelet aan China. Na vier jaar pleiten bij de Chinese autoriteiten mocht zij een – zwaar geregisseerd – kijkje nemen in Xinjiang, maar na afloop onthield ze zich van kritisch commentaar. Als hoogste beschermer van de mensenrechten is dat wel haar taak. Maar de vraag dringt zich ook op hoe effectief het zou zijn geweest; aangenomen mag worden dat Beijing dan de deur dicht zou doen en helemaal niet meer aanspreekbaar zou zijn. Bachelet koos ervoor de met moeite gesmede relatie in stand te houden, vermoedelijk zonder er zelf veel van te verwachten.

Terwijl zij probeert met diplomatie iets te bereiken, is het zaak om te blijven zoeken naar alternatieve manieren om China ter verantwoording te roepen, hoe beperkt de opties ook lijken. Eén middel is het steeds opnieuw in beeld brengen van de mensen om wie het gaat, zoals de Xinjiang Police Files nu doen. Slachtoffers en getuigen serieus nemen, daarin staat de buitenwereld níet machteloos.


Lees ook: ‘Oeigoerentribunaal’: China pleegt genocide

Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.